Over terugdenken aan de rare coronatijden
Nu een parlementaire commissie bezig is met onderzoek naar de aanpak van de coronacrisis komen herinneringen aan die bizarre tijd weer bovendrijven. Wat was dat een rare periode in ons leven.
Aan de coronacrisis van inmiddels alweer ruim zes jaar geleden heb ik weinig actieve herinneringen. Het lijkt iets uit een ver verleden. Het was vooral een hele rare tijd waarin er vooral heel veel niet meer mocht. Nu, jaren later, is er een parlementaire commissie. Dat er onderzoek gedaan wordt naar aanprak van de crisis van toen is natuurlijk goed. Wat ging er goed, wat niet en wat zouden bij een eventuele volgende virusuitbraak beter kunnen doen? Natuurlijk gingen er dingen mis. Wel raar dat er op verschillende plekken, social media zijn daar topscorer in, vooral meteen met de beschuldigende vinger gewezen wordt. Alsof er ook maar iemand was die vooraf ooit gehoord had van corona. Ja, dat Zuid-Amerikaanse biertje; dat kenden we wel. Prima dorstlesser in de zomer. En de enige cruciale vraag daarbij is: wel of geen limoenschijfje in het flesje?
Het waren vooral hele rare tijden. Met persconferenties op televisie waar we te horen kregen wat we nu weer allemaal niet mochten. Alles ging op slot, alles werd afgelast. Een paar, puur persoonlijke, herinneringen staan me nog altijd bij. Zo was ik bezig met het organiseren van een poëzielunch in de bibliotheek. Die was al een tijdje zo goed als rond.
'Dolblij was ik toen bleek dat ik kon beginnen met het maken van de soep'
De datum stond vast, de optredende groep zat klaar, mijn boodschappenlijstje was af en gasten hadden gereserveerd. Alleen stond alles wel ‘geparkeerd.’ Twee dagen voor de poëzielunch was er weer een persconferentie. Dolblij was ik toen bleek dat ik kon beginnen met het maken van de soep: de activiteit kon doorgaan want we mochten weer een beetje van het slot af.
Al mijmerend komt ook de avondklok weer bovendrijven. Daar had ik met Bing natuurlijk wel extra geluk. De straat mocht je 's avonds niet zomaar op, de hond uitlaten wel. Dus liepen we in een onwerkelijk stil decor 's avonds de rondjes. Van stilte kan ik genieten, toen genoot je vooral van het voorrecht om op straat te mogen zijn.
martin de bruijne